DE PLANTAGE COMMEWIJNE
Nederland was het al lang niet meer en de drang naar vrijheid, natuur, rust en het verwezenlijken van hun eigen ding werd steeds groter. Ze zijn nooit bang geweest in een wildvreemd land iets voor zichzelf te beginnen, maar waar? We zijn op bezoek bij twee moedige, gevoelige dromers en zijn stiekem erg trots wanneer ze aan ons vertellen waarom Turkije, Egypte, Marokko, Spanje en Indonesië aan hun wensen niet voldeden. Suriname echter ... in één hartslag absoluut wel.
Hartverwarmend
We staan er doorgaans niet bij stil. Peter van Huffel en Pieter van der Grift zijn de enigen niet. In het jaar 2004 bleek het aantal aanvragen van buitenlanders, waaronder ook Srananmans van overzee, tot al dan niet permanente vestiging in Suriname, bijzonder hoog. We weten natuurlijk allemaal wel heel goed dat de algehele situatie in ons paradijs, onze toevlucht, al jaren niet optimaal is op het gebied van velerlei zeer belangrijke aspecten, welke er voor moeten zorgen dat elke burger een dagelijks leven kan leiden waar hij of zij tevreden mee kan zijn. Ja, een eerlijke boterham, misschien ietsje dikker besmeerd, vereist nou eenmaal overal op aarde noeste arbeid. En toch. Suriname is en blijft in de ogen van velen uniek. Van de wijze waarop je wordt opgevangen, de vredige uitstraling van onze samenleving, onze ‘live and let live’-mentaliteit en zoals Pieter het mooi zegt: “Ik had het gevoel dat ik hier thuishoorde en ik voelde me ook thuis. Ik heb ooit 6 maanden door West-Afrika en met name Ghana gereisd en alles kwam me zo bekend voor. De mensen, het eten, de muziek, het klimaat. Logisch. Mijn keus was snel gemaakt, bij Peter duurde dat iets langer.”
Hun avontuur op weg naar De Plantage
begint tijdens een vakantie in Turkije in 1993. Beiden op zoek naar warmte en zon ergens in een toeristisch plaatsje aan de zee, komen ze tijdens een wandeling langs een vervallen schuur met daaromheen een oude stenen muur. Op dat moment denkt eerst Peter “wat is dat een mooi plekje voor een knus restaurantje. Dat lijkt me wel wat, maar met 45°C is het hier veel te heet.” De reden voor deze wensdroom lag voor de hand. We gaan wat eerder terug in de tijd. Peter is geboren in Den Briel en opgegroeid in Lekkum, Friesland. Na een aantal jaren bij een jeugdtheatergezelschap gewerkt te hebben gaat hij op z’n 30ste wonen in Amsterdam, waar hij werkt in een Buurtcentrum en veel met vrijwilligers samenwerkt. Zo leert hij ook Surinamers kennen en je begrijpt het al: eerst verhalen, dan foto’s, dus Suriname is hem niet onbekend. In 1991 leerde hij Pieter kennen en samen vliegen ze regelmatig naar warmere oorden.
De droom om weg te gaan schuift op de lange baan. En toen? De dag breekt aan waarop Peter op een onprettige manier zijn ontslag krijgt aangezegd en verwikkeld raakt in een sleurende rechtszaak om genoegdoening. Dit gebeurt begin 2001.
Pieter is geboren in Houten. Hij heeft een goede baan en koopt in Amsterdam Oost, vlak bij het Oosterpark, een antiek pand uit 1888. Een slimme zet, want na een ingrijpende luxe renovatie, kunnen hij en Peter het pand splitsen, zoals ze dat noemen en de helft verkopen waarmee ze de renovatie kunnen betalen.
Maar het duurt niet lang of Pieter krijgt, binnen het bedrijf waar hij werkzaam is, te maken met een ingrijpende reorganisatie en uiteindelijk een opgedrongen andere functie, die hij niet ambieerde. “Okay”, zegt Peter, “dan stop je er toch mee? Goed. Zo gezegd, zo gedaan. Uiteindelijk krijgt Pieter drie maanden betaald verlof mee bij ontslag en in die tijd wil hij uitzoeken wat hij verder kan gaan doen. Ze besloten, op aanraden van Surinaamse vrienden en (ex-) collega’s, een kijkje te nemen in Suriname. Ze boeken een reis naar Suriname en staan in september 2001 op Zanderij en logeren de eerste twee dagen in Eco Resort Inn, de rest van de drie weken in een gehuurd huis in Uitvlugt. Natuurlijk maakten ze reisjes naar Botopasi, de Brownsberg en Galibi om wat van het land te zien. Ze hebben toen ontzettend genoten en zich erg goed gevoeld en dat werd wel duidelijk op weg terug naar Zanderij toen Pieter zei: “Ik heb nu al heimwee, ik wil niet weg. De grond trekt aan me”
Dezelfde Pieter stond 2 maanden later, bloedserieus, in z’n eentje op Zanderij. Hij was nu goed voorbereid en had in Nederland al uitgebreid op websites naar stukken grond gezocht die te koop werden aangeboden. Er was een optie in Groningen, maar dat stuk grond bleek grotendeels uit een zwamp te bestaan, waardoor de kosten voor ontwateren er nog eens bij zouden komen. En toen belde hij een makelaar die langs de Oost West-verbinding een stuk grond van 11 hectare te koop had staan. Een deel van de oude plantage Monpellier, waar langer dan 200 jaar geleden cacao werd verbouwd.
“Vanaf de brug over de Surinamerivier gerekend, slaan we op kilometer 23,5, even voorbij Tamanredjo, rechtsaf een slingerweggetje in en komen 700 meter verder bij een huis terecht. Er staat een oude pick-up, een tractor en een schuur met wat gereedschappen. Ik was meteen verkocht, want hoewel het verder grotendeels onder wied stond, was het droge grond. Ik ontdek dat een zijtak van de nabijgelegen Orleanekreek het terrein in tweeën deelt, en aan de achtergrens loopt een afwateringskanaal (ook wel lozing genoemd). Dit moest Peter zien. We hadden afgesproken elkaar voor een week op Curaçao te ontmoeten en nadat ik alles heb verteld, slaat de verborgen architect in Peter aan het tekenen van huisjes en komt het er op neer dat we vanuit Curaçao voor een week samen naar Suriname vliegen. Onze plantage hebben we enkele weken later tegen een goede prijs gekocht met alles wat erop stond. Vervolgens moest ons eigen huis nog worden verkocht en aangezien Nederland op de valreep nog in ‘de goede tijd’ van de huizenmarkt verkeerde, was ons gerenoveerde pand redelijk snel verkocht met een mooie winst. Dag Holland, hallo Suriname.”
Ze hebben ons verrast, want Erik Kuiper van de METS, heeft heel bewust lekker niets van tevoren verklapt. Binnen 50 minuten rijden ook wij dat slingerweggetje in en staan met open mond te kijken naar wat hier vanaf medio 2002 in alle stilte is verrezen. Eind april 2002 zetten Pieter en Peter vaste voet aan de grond in het district Commewijne. Reeds in augustus van dat jaar werden de funderingen van het hoofdgebouw en de 8 vakantiehuisjes gestort. Peter heeft het resort ontworpen en gaat hoofdzakelijk over de bouw, Pieter regelt de tuin en de logistiek in de stad veelal op zakelijk gebied. Elektriciteit, boodschappen, papieren, vergunningen, stromend water etc. In Miami zijn de twee bovengrondse zwembaden gekocht, maar de rest is in Suriname aangeschaft.
Peter draait z’n hand niet om voor een meesterlijk 4- of 5-gangen menu. “Ik hou van koken. Jaren geleden in het Buurtcentrum, bood ik aan het Kerstdiner voor de vrijwilligers in elkaar te zetten. Natuurlijk met hulp van anderen, maar dat was een slaand succes ... al zeg ik het zelf” zegt hij toch wel verlegen.
Alvorens van 3 rustige dagen te mogen genieten, krijgen we een rondleiding en starten aan het begin van een houten wandelpad welke langs alle huisjes loopt, op een wonderlijke wijze compleet begroeid met de rondslingerende Markoesaplant, wat ik erg romantisch en gezellig vind staan. 6 huisjes zijn geschikt voor 2 personen en 1 huisje voor 4 personen, elk voorzien van warm en koud stromend water. Het laatste huisje is de ‘logeerkamer’ voor familie. Het is inmiddels 15:00 uur en Peter gaat nu het avondeten voorbereiden. Wij lopen over het grasveld richting een smal bruggetje over de kreek. Terwijl de vissen flink tekeergaan zien we aan onze rechterhand dat de kreek in een halve cirkel is uitgediept. Nog verder ontdekken we meer bruggetjes en uiteindelijk één die regelrecht het oerwoud inleidt, waar we ineens middenin een Paloeloe-bos staan. Verderop lopen diverse bospaden.
Eenmaal terug lopen we rond op de begane grond van het achthoekige hoofdgebouw, waar een kantoor met minibibliotheek staat, aparte dames- en herentoiletten (3 in elk), 3 kleedhokjes, een personeelsbadkamer, berghok, washok, ondergrondse wijnkelder en een magazijn. Boven heeft Peter een knus restaurant met zitplaatsen voor 32 gasten, een bar in het midden en de keuken achter klapdeuren ontworpen. Het plafond is zeer hoog en de ruimte is omgeven door muskietengaas. De zeer gewaardeerde voorman Humphrey bedacht het idee om Javaanse klosso (gevlochten bladeren) op de keukenmuur aan te brengen, in plaats van houten schroten. Peter is zeer tevreden over de mannen die samen met Humphrey het geheel hebben gebouwd. Allen komen uit Mariëndaal. Ze werken hard en komen trouw. Aan het eind van deze enerverende dag ziet deze energieke man nog kans van de gelegenheid gebruik te maken het toekomstig keuken- en bedienend personeel voor de zoveelste maal te trainen en serveert tomatensoep, 2 miniloempia’s met een zelfgemaakt soja dipsausje, knapperige kipschnitzels en een sorbet toe. De volgende avond gaat het feest door en krijgen we Franse uiensoep, een kipgoulash en lasagne, waarvoor hij het deeg zelf maakte. Nou? ... wij lekkerbekken gaven hem en z’n team een dikke 10.
Op de ochtend van
dag 3 ben ik aan de beurt heimwee te ervaren, precies zoals Erik had voorspeld. “Jullie boeken er vast een dagje bij”. De zon schijnt, papegaaien vliegen rond, de Markoesa tiert welig, een luiaard zit te snoepen van Bus’p’aya-bladeren, ook wij hebben stevig ge-lunched en drinken tegen 15:30 uur een koud biertje. Peter zegt “we zijn nu zo gewend aan rust en het plantageleven. We kijken naar het STVS- en NOS journaal en gaan met onze kalkoen en kippen op stok. Ik word om 06:30 uur wakker, maar dwing mezelf pas tegen 07:30 uur op te staan. De mannen uit de buurt komen tegen 08:00 uur, want er is nog steeds genoeg werk aan de winkel. We zijn gelukkig en hebben niks meer nodig. De tent zal vanzelf wel draaien, want als wij ons hier thuis voelen, dan komt de rest ook wel goed.” Wij denken dat je gelijk krijgt Peter, want Paramaribo kon ons nog heel even vriendelijk gestolen worden. © M