Toekans, spechten en een troep apen
Die als een Jordanese over de vensterbank van haar nest hangende Toekan hebben we Ma Tokkie gedoopt, maar het kan ook pa wezen, want ze hebben beiden dezelfde van overheidswege afgekeurde, veel te zware, en in de schepping niet toegestane snavels. Maar daarover later meer.
Vriendin Margreet was hier en dat leek een heerlijke aanleiding om weer eens op de Plantage te logeren. Nou heb ik eerder over De Plantage geschreven, een toen nog in aanbouw zijnd resort aan de Oost West verbinding, 23.5 kilometer vanaf de Wijdenboschbrug (twintig verkeersdrempels, dát wel). Enfin, het was weer een feest. Van herkenning, want Pieter en Peter , een Amsterdams stel zijn natuurlijk met net zo’n onoverzichtelijk mammoetproject begonnen als wij met Mi Gudu. Dus dat is al direct een over en weer van: ‘bevállen die nieuwe terrasstoeltjes?’ ‘Zullen we niet samen op zoek gaan naar kleine flesjes voor shampoo en bodylotion, dan laten we het tegelijk bedrukken met elk ons eigen logo?’
Maar het was nog veel meer een feest; Peter had heerlijk gekookt, Mexicaans dit keer, en waar vind je in Suriname Taco’s? En alles opgediend in dat, ik kan niet anders zeggen, fantastische, uit steen en glas opgetrokken restaurant op één hoog met fabelachtig uitzicht op de bamboebossen, het oerwoud, het geschoren gazon met de fruitbomen, de bougainville en de huisjes. Zó smaakvol vormgegeven met parket, Javaans rietwerk en Indiaans gevlochten, geprepareerd boombast als barbekleding. Wat het ook zo leuk maakt: sinds de zes tweepersoonshuisjes en het vierpersoonshuis af zijn (wat heet af, wanneer is ‘in the eye of the beholder’ ooit iets echt, écht af?) en de rust over de voormalige cacaoplantage Montpellier is weergekeerd, komen de bosvrienden weer terug. De luiaards zijn eigenlijk nooit vertrokken, zóveel gedoe, dat verhuizen! Maar de monki-monki’s ( doodshoofdaapjes) en de Kiskesi (Capucijnaapjes) worden nu weer gelokt door de overdadige manya en papayabomen; soms komen ze in zwermen op bezoek. Vanaf je ligstoel aan het zwembad zie je die belachelijke nesten van de banabeki, een soort hangende jutezakken, door het mannetje gebouwd en, bij ongenoegen, door het vrouwtje weer vernield. Drie nesten hangen er nu, in dezelfde boom. En die beesten doen echt élk geluid na. Het gerinkel van een mobiele telefoon die wat erg vaak af ging, schalt nog dágen door het struweel, maar de laatste dag was de banabiki overgestapt op ‘koekkoek’, terwijl die vogel nou weer net niet te bekennen was op de Plantage.
Pieter, die een echt natuurmensch is geworden, neemt je dolgraag mee op een van zijn boswandelingen: kaplaarzen aan en niet te lang stilstaan, want anders word je lekgestoken, maar je komt wel langs een nest gordeldier. Of een stel kuikens van de Tingufowru (stinkvogel, aasgier), netjes opgeborgen in een vermolmde boomstronk.
En dan nu dus die Tokkies. Peter vertelde, dat hij, alweer een tijdje terug, in de keuken bosuitjes stond te snijden, toen hij luid getimmer hoorde. Terwijl, dat geknutsel was nu toch, god zij geprezen, achter de rug?! Maar het bleef maar aanhouden. Vanuit het restaurant kon hij de klusjesman opeens zien: een roodkuifspecht, in een van de bomen vlak voor het raam. De aannemer, zo bleek later, want hij had z’n veren kont nog niet gekeerd of de familie zwartnektoekan kraakte (occupeerden) het hol in de stam. Nu hoor je daarbinnen gekir en gekakel van de jongen, maar die Tokkies, asociale huurders én ontaarde ouders, laten zich hooguit eens in het uur met een lullig kersje voor hun kroost bespotten, zodat we allemaal, camera in de aanslag, uren onder de pina-hangmattenhut op ze zaten te wachten. Dus het blijft bij deze eerste gelukspoging. (Deze toekans hebben een bescheidener voorkomen dan die oranje, gele variant die in Suriname ook voorkomt; de snavel is smaller en zwart-geel, net als zijn verenkleed) (En als iemand vanuit Paramribo even wil logeren en chillen aan het zwembad: www.deplantagecommewijne.com)
Ons nieuwe opiniemaandblad gaat er komen! Ik heb een wereldkantoor gevonden. Eigenlijk een appartement voor vakantiegangers, maar die meubels gaan er uit. We zitten onder het huis van Suriname’s beroemde schilder Ron Flu en als je de terrasdeuren openslaat zit je zó in een wondermooie tuin met een uit zijn krachten gegroeide manya en een gigantische amandelboom. Ik ga terrasstoeltjes kopen zodat we de exctended redactievergaderingen, waarin Cynthia McLeod en Roué Hupsel ook aan zullen zitten op het gazon kunnen houden.
De naam van het bedrijf, Caribbean Media Group had ik al gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Maar toen we daarop een site wilden aanvragen was die naam nét een paar dagen eerder al geclaimed. Toeval? Nou, écht niet! Iemand heeft het doorgetipt en denkt nu het voor veel geld aan mij terug te kunnen verkopen. Zoals Willem Alexander en Maxima de naam van hun eerstgeborene Amalia ook al na de naamsvermelding verkwanseld zagen door handige IT zakkenvullers. Geen cent krijgen ze. Want de site staat nu op naam van het nieuwe blad. Net, Com, SR (van Suriname), daar is geen speld meer tussen te krijgen. Maar wat moet je toch op je qui-vive blijven!
Brasa
Leonoor Wagenaar
Verscheen als column van Leonoor Wagenaar in het Parool, maart 2006